Dick Sanderman: Psalmvoorspelen

Copyright 2010 Leonard SandermanBladerend door negentiende-eeuwse koraalboeken (bijvoorbeeld Worp, Drent, De Vries, Van Krieken) zien we regelmatig psalmvoorspelen die wel in de goede toonsoort staan, vaak ook wel de sfeer van de psalmtekst weergeven, maar waarin de psalmmelodie zelf schittert door afwezigheid. Aan het voorspel is niet te horen welke melodie daarna gezongen moet worden.

In de decennia daarna veranderden de opvattingen over het psalmvoorspel. Als George Stam in 1953 een herziene uitgave van het koraalboek van Worp publiceert, brengt hij niet alleen alle melodieën terug naar het oorspronkelijke ritme, maar maakt hij ook nieuwe voorspelen voor precies die psalmen waarin bij Worp de psalmmelodie niet te horen was in het voorspel.

Twee componenten zijn dus belangrijk als het om een psalmvoorspel gaat: enerzijds moet in het voorspel te horen zijn of we een gebed, een boetepsalm of een loflied gaan zingen, maar anderzijds moet ook duidelijk worden om welke melodie het gaat. Sommigen gaan daarbij zelfs zo ver dat zij stellen dat ook het tempo van de psalm al in het voorspel moet worden aangereikt. Klaas Bolt –die in de twintigste eeuw pionierswerk verrichtte als het gaat om de gemeentezang en de improvisatiekunst- deelde die opvatting niet. “De gemeente zit tijdens het voorspel heus niet mee te tellen om jouw tempo over te nemen”, zo stelde Bolt tijdens een workshop over gemeentezangbegeleiding.

Bij het componeren van een psalmvoorspel probeer ik iets weer te geven van de tekst, maar moet ook de melodie in beeld komen. Tekstuitbeelding is mooi, maar mag niet ontaarden in theatrale klankeffecten. De ingetogenheid van een boetepsalm moet niet ontaarden in sentimentaliteit, de opgewektheid van een lofpsalm niet in losbandig denderend orgelspel. De woorden “poids et majesté” die Calvijn voor de gemeentezang gebruikte, mogen ook gelden voor het orgelspel: deftig en waardig.

Binnen het bestek van slechts enkele maten -een psalmvoorspel moet niet te lang zijn- probeer je dan én de sfeer te schilderen én de melodie te laten horen. Dat kan bijvoorbeeld door een thema neer te zetten dat past bij het karakter van de psalm en dat even later ook gecombineerd wordt met de psalmmelodie. Een muzikaal bouwsteentje dus dat zelfstandig kan worden ingezet, maar dat ook tegelijkertijd met de psalmmelodie kan klinken. In het audiofragment hoort u zo’n voorbeeld, met Psalm 103 uit mijn isometrische koraalboek.

Dick Sanderman

Beluister de toelichting van Dick Sanderman bij het voorspel van Psalm 103

Zie ook: Psalmenproject

 

Techniek & realisatie: Verrips Digitale Diensten
Copyright © 2009 Jüdisches Museum Göppingen, 73035 Göppingen-Jebenhausen (D)