Heinrich SchützHeinrich Schütz: Jauchzet dem Herren, alle Welt

De Psalmen hebben in leven en werk van Heinrich Schütz (1585-1672) een centrale plaats ingenomen. De spreuk 'Deine Rechte sind mein Lied in meinem Hause' (naar Psalm 119:54) op een muur in zijn huis in Weißenfels is daarvan een bewijs.
In 1619 verschenen zijn 'Psalmen Davids' waarvan het motet 'Jauchzet dem Herren, alle Welt' (Psalm 100) deel uitmaakt en na de dood van zijn vrouw Magdalena Wildeck in 1625 componeerde Schütz als troostmuziek de 150 Psalmen van het Becker Psalter. Aan het einde van zijn leven schreef Schütz zijn 'Schwanengesang', een volledige zetting in elf dubbelkorige motetten van Psalm 119, een loflied op Gods wet.
In het feestelijke motet Jauchzet dem Herren, alle Welt klinkt Psalm 100 als een dialoog tussen twee klankgroepen. Het is een Italiaanse stijl waarin de twee koren (SATB/SATB) met elkaar 'concerteren'. De jonge Schütz had met deze vocale stijl kennis gemaakt toen hij als leerling van Giovanni Gabrieli in Venetië verbleef.
In de muziek is er overlapping van de twee koren en dan weer klinken de imitaties als echo's kort achterelkaar. De Psalm wordt met een lofprijzing (doxologie) afgesloten.

Jauchzet dem Herrn, alle Welt!
Dienet dem Herrn mit Freuden, kommt vor sein Angesicht mit Frohlocken!
Erkennet daß der Herr Gott ist!
Er hat uns gemacht und nicht wir selbst zu seinem Volk und zu Schafen seiner Weide.
Gehet zu seinen Toren ein mit Danken, zu seinen Vorhöfen mit Loben; danket ihm, lobet seinen Namen!
Denn der Herr ist freundlich, und seine Gnade währet ewig und seine Wahrheit für und für.
Ehr sei dem Vater und dem Sohn und dem Heiligen Geist, wie es war im Anfang, jetzt und immerdar und von Ewigkeit zu Ewigkeit. Amen.

Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
Weet, dat de HEERE is God;
Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.
Ere zij de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, als in den beginne, nu en immer en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Beluister 'Ich heb mein Augen sehnlich auf' (Psalm 121) uit het Becker Psalter door Kleinkoor Laetare (1999).

Zie ook: Psalmenproject

 

Techniek & realisatie: Verrips Digitale Diensten
Copyright © 2009 Jüdisches Museum Göppingen, 73035 Göppingen-Jebenhausen (D)